is toegevoegd aan uw favorieten.

Maria Monk, de zwarte non

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESTIENDE HOOFDSTUK.

Men zal zicb herinneren dat mij, kort na mijn opname als non, gezegd was, dat er somtijds kinderen in het klooster vermoord werden. Ik was eens, in de nonnen ziekenkamer, onwillekeurig getuige van zulk een daad. Het was zoo wat een miand na den dood van St. Francisca. Twee kleinen, tweelingen van St. Catharina, werden bij den ouden priester, die in de kamer was, gebracht om hentedoopea. Ik was bij die plechtigheid tegenwoordig met de abdis en eenige oude nonnen. De namen der laatste ken ik niet, zij werden gewoonlijk „ma tante" genoemd. De priester» die biecht en catechisatie in het klooster hielden, werden gewoonlijk om de drie maanden afgewisseld. Die nu dienst deed was pater Larkin. Hij is een Europeaan met een goed uiterlijk en heeft een broeder, die professor aan het collage is. Hij druppelde eerst olie op het hoofd van het kind, zooals «ulks gebruikelijk is bij den doop. Toen de kinderen gedoopt waren, werden zij in tegenwoordigheid van ons allen, aan een non overgegeven. Zij drukte haar hand op den mond en den neus van het kind zoo vast, dat het geen adem kon halen, en toen zij na eenige minuten de hand terug trok, was het dood ! Toen nam zij het andere en handelde daar eveneens mede! Er werd geen woord gesproken en de kinderen waren lijken.

Alle aanwezigen legden, gedurende deze handeling, de grootste onverschilligheid aan den dag. Allen waren, gelijk bleek, aan zulke tooneelen gewoon.

De lijkjes werden naar den kelder gebracht, in den kuil gesmeten en «aet kalk overdekt.

Later zag ik een ander pasgeboren wicht op dezelfde plaats even103 behandelen, maar de handelende personen in dit bedrijf wil ik niet met name noemen, evenmin als de andere omstandigheden, omdat alles, wat daarop betrekking heeft, mijn eigen gevoel al te pijnlijk aandoet. — Dat zijn de eenige gevallen van kindermoord, waarvan ik getuige en bij welke ik toevallig tegenwoordig was. Er werden geen maatregelen genomen om de zaak geheim te houden, d. i. men deed geen poging om voor de bewoners van het klooster den kindermoord te verbergen. Integendeel, aan allen, evenals aan mij werd bij hare aanneming gezegd, dat, als er kinderen werden geboren in het klooster, zij gedoopt en gedood werden. Intusschen ben ik overtuigd, dat buiten de genoemde drie er gedurende mijn verblijf in het klooster nog meer zijn om hals gebracht. Hoeveel, dat kan ik niet zeggen,