Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeten had gewasschen. Somwijlen werden wij gedwongen ons met een gloeiend ijzer te branden. Dan weer moesten wij het naakte lijf met smalle riemen voor het altaar geeselen, totdat ons het bloed er uitdroag. Ik kan naar waarheid verrekeren dat verscheidene nonnen daarvan nog de litteekenen dragen.

Een der boeten bestond daarin, dat wij lang de armen uitgestrekt en naar boven gekeerd hoirien moesten, zooals de Heiland aan het kruis. Ook is er een boete, die heet: De weg naar het kruis. Zij is ook pijnlijk genoeg, ofschoon zij in een menigte van kniebuigingen

en gebeden"^bestaat, die gedurende twee of drie uren telkens moesten herhaald worden. Deze boete moesten wij doen, als wij naar de kapel werden verwezen. Dan moesten wij telkens voor ieder altaar nederknielen en ons, bij elke kniebuiging, een omstandigheid te binnen brengen, die plaats had gehad toen de Heiland den weg naar het kruis aflegde.

Somtijds moesten wij in den wie ter op den kouden grond slapen, zonder eenig ander deksel dan eenvoudig een hemd; op een anderen tijd moesten wij in tegenwoordigheid der abdis, een stuk glas met

Sluiten