Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zegt, zeg ik het van u."

Ik dacht bij mij zelve: de zonde is nu toch eenmaal begaan, en of ik er nu wat langer of korter in zie, dat is hetzelfde. Ik bladerde er dus een weinig in, ofschoon ik daarbij niet op mijn gemak was. Het boek bevatte een overzicht van den staat der novices, der nonnen en van de m het klooster geboren kinderen. De aanteekeninf-en van dit laatste waren zeer kort, zooals blijkt uit onderstaande op-

g o ;/men en datum zet lk maar "eer tot voorbeeld: bt. Maria bevallen van een zoon 16 Maart 1834.

St. Clarissa bevallen van een dochter 2 April 1834.

St. Mathilda bevallen van een dochter 30 April 1834.

Van den dood der kinderen voi:d ik geen melding gemaakt, ofschoon ik wist, dat er niet één meer in leven was.

Ik geloof dat dit boek een tijdruimte omvatte van twee jaren althans de meeste daar vermelde namen kende ik. Ik kan echter van het aantal geboren en dus vermoorde kinderen slechts een onbepaalde opgave doen. Zooveel ik meen, bevatte dit boek honderd bladen: aaarvan was een vierde gedeelte beschreven en ieder blad bevatte zoowat vijftien geboorte opgaven. Daarnaar gerekend moeten er in wjarÜn n0gi Wat klndtren in het klooster geboren worden. Wat de andere boeken in de kast inhielden weet ik niet. Ik heb zf, nie 3-Mgeraakt. Ik geloof dat Johanna er wel mede bekend was, a. hans als ik hare nieuwsgierigheid en stoutheid in aanmerking neem.

1 S» -1?6 j Cr -T toe n bren°sr' om le getuigen wat zij weet, geJoot ik, dat zij niet alleen meer, maar ook gewichtiger bijzonderheden aan de mijne aan het licht zou brengen.

Ik kan, door het toeval daartoe in staat gesteld, met zekerheil het ge a opge ven der personen, die gedurende mijn verblijf in het klooster waren. ij werd namelijk opgedragen, om de servetten voor al de bewoners van het klooster, de gevangenen in de cellen niet uitgezoner ' 8eree(J 'e make.n' Er waren er tweehonderd en tien. Aangezien nu e getal der novices te dier tijde zestig bedroeg, weet ik dat dat der nonnen honderd en vijftig beliep.

Dikwijls kwam bij mij de begeerte op, om het klooster te ontvluchten. In den beginne verontrustte mij zulks, omdat ik geloofde dat het zonde was, en wel een groote zoi de. Ik liet dan ook niet na,i#1 *1-er5- 8e^e8en^cid te biechten, dat ik mij onvergenoegd gevoe e. yn biechtva^ zeide mij, dat ik van een boozen g-est was bezeten en dwong mij om daar tegen te strijden. Toch dacht ik nu en aan : „Ach, ware ik verre van hier."

Ei^el'jk- zeide mij een priester, aan wien ik deze zonde oprechtelijk biechtte, tot mijn troost: Ik heb voor u gebeden tot den H.

n onius, en twijfel niet, of door zijn tusschenkomst zal de booie wei van u wijken. Wat mij tot vluchten aanzette ? Gedeeltelijk de

Sluiten