Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een lot te doen ondergaan, gelijk aan dat van St. Francisc*.

De tijd harer bevalling was nu kort ophanden. Zij zag daar zeer tegen op, want xij vreesde die niet te zullen overleven. Verwachtende dat deze vrees zon bewaarheid worden, zette zij zich neder om hare ontdekkingen op het papier te brengen. Zij volbracht dit werk, tnasr verbrandde het ook weder, niet omdat hare ontdekkingen, zooals zij ze noemde, niet waar waren, maar omdat zij in haar hart nog Roomsch was, en vreesde daardoor de zaak van hare kerk nadeelig te zullen zijn.

Twee dagen voor hare bevalling dacht Maria Monk uit zich aelve ernstig over de zaak na, en daar zij meende dat hare uren geteld waren, besloot zij opnieuw, hare ontdekkingen ter neder te schrijven. Zij sprak daarover met een der moeders van het ziekenhuis, juffrouw P . ... d, zeide haar dat zij vreesde niet lang meer te zullen leven en dat zij wenschte, vóór haren dood eenige bijzonderheden uit het nonnenleven bekend te maken en veel schandelijks te ontdekken. Maria noemde de heer F. als dengene, bij wien zij belijdenis doen wilde, doch er was daartoe geen gelegenheid en zij moest het uitstellen, aangezien den volgenden dag tiaar overkwam, waar zij zoozeer tegen had opgezien en wat zij, naar alle waarschijnlijkheid, toch hoop had te overleven. Daardoor nu werd het voornemen, om haar ontdekkingen te schrijven, andermaal uitgesteld.

Nu kreeg zij echter reden tot groote bezorgdheid, want zij vree»:!; de vervolgingen van hare vijanden, Kanada's priesterschaar. Zij was nu moeder cn had voor een kind te zorgen — een der gezegende gevolgen van het priesterlijk coelibaat. Macht zij toch redelijkerwijze atnnemén, dat pater Phelan zich aan het gevaar zou blootstellen om door zijn eigen kind, onder zijn oogen opwassende, tot schande te worden? Neen 5 ware het hem mogelijk geweest, hij zou, even kalm en spoedig, ieder spoor van het onschuldige kind en van de mishandelde moeder hebben trachten te vernietigen.

Alleen als zij den dood vreesde, dacht Maria Monk er aan om hare ontdekkingen op te stellen. Zij had gelooftt, dat alle gevaar voor haar voorbij was, doch er deden zich nieuwe ziekteverschijnselen op en nu wilde zij die ontdekkingen niet langer op 't hart en in de pen houden. Toen die verschijnselen verergerden, verzocht zij den heer Tappin bij zich en deelde nem eenige gedeelten van hare geschiedenis mede. „Haar oogmerk", zegt de hetr T., „scheen niet om anderen aan te klagen, maar alleen om eigen schuld te bekennen".

Haar vrees voor den dood werd, deor de herstelling harer gezondheid verbannen.

Nu ontwaakte de zucht naar onderwijs bij Maria Monk sterker, en nadat eenige personen haar een bijbel hadden bezorgd, onderzocht zij dien om Gods geboden te leeren kennen, tegen welke zij zoo schromelijk gezondigd had.

Sluiten