Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. TONEN EN TOONSTELSEL.

I. Alle indrukken, die we door middel van 't gehoor ontvangen, brengen we onder 't begrip „geluid".

Geluid wordt veroorzaakt door de trillende beweging van een veerkrachtig lichaam.

Zijn de trillingen van het geluidgevende lichaam gelijk van duur, volgen ze elkander regelmatig en in voldoende snelheid op, dan geven we aan het voortgebrachte geluid den naam van klank, en — zoo de hoogte van dien klank in betrekking tot andere klanken nauwkeurig te bepalen is, dien van toon.

Ü. De voornaamste eigenschappen van een toon zijn: hoogte, duur, sterkte, en kleur, ook wel aard of timbre genoemd.

De toonhoogte wordt bepaald door 't aantal trillingen per seconde: hoe meer trillingen, hoe hooger toon.

De toonduur is geheel afhankelijk van den tijd, gedurende welken het geluidgevend lichaam in trillende beweging wordt gehouden.

De toonsterkte hangt af van de wijdte of grootte der trillingen in 't geluidgevend lichaam : hoe wijder de trillingen, hoe sterker toon.

De toonkleur is dat eigenaardige van een toon, waardoor hij zich van andere van gelijke hoogte, doch door andere geluidgevende lichamen voortgebracht, onderscheidt.

VAN DER J.AAX, Onx toonxleM. 1

Sluiten