is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons toonstelsel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door dit getal te verdubbelen, vindt men het trillingsgetal van de c, die een octaaf hooger ligt, en dus door 2 X 161/.J = 33 trillingen in de seconde wordt voortgebracht.

Tusschen deze 2 trillingsgetallen liggen die der overige 6 tonen van het octaaf, dus

c — d — e — f— g — a — b — c

161 /2 33

Die trillingsgetallen te bepalen, is hier vrijwel overbodig; genoeg zij het, te vermelden, dat ze van 161/•>—33 vrij regelmatig opklimmen.

8. Verdubbelt men het trillingsgetal van de laagste c voortdurend, dan vindt men het aantal trillingen van .ille c's van het toonstelsel.

Ze zijn:

161/, _ 33 — 66 — 132 - 264 — 528 - 1056 - 2112 - 4224.

Elke twee trillingsgetallen begrenzen een octaaf, dat met c begint. Ter onderscheiding draagt elk dier octaven een naam.

Het octaaf tusschen I6I/2en 33 tr. heet Sub-contra octaaf.

33en66tr. „ Contra —

66 en 132 tr. „ Groot

132en 264tr. „ Klein —

264 en 528 tr. „ Eengestreept —

528en 1056 tr. „ Tweegestreept —

1056 en 2112 tr. „ Driegestreept —

2112 en 4224 tr. „ Viergestreept -

De c van 4224 tr. is de eerste toon van het vijfgestreept octaaf, waarvan echter maar twee tonen, de c en de d, in gebruik zijn.

9. De naam van een octaaf geldt ook voor alle tonen, tot dat octaaf behoorend.

Sub-contra g is dus de g uit het sub-contra octaaf; klein f de f uit het klein octaaf enz.