Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om ook in 't schrift te kunnen doen uitkomen, tot welk octaaf een toon behoort, gebruikt men

voor 't Groot-octaaf en de lager liggende octaven: Hoofdletters; „ 't klein- „ „ „ hooger „ „ : kleine „ .

Voor elk octaaf lager dan 't Groot-octaaf wordteen streepje onder de hoofdletter, voor elk hooger dan 't klein-octaaf een streepje boven de kleine letter gezet;

dus Groot e = E klein e = e

contra e == E eengestreept e = ê

sub-contra e = E tweegestreepte e = ë

enz.

In de laatste jaren is men echter begonnen de streepjes

door een cijfer te vervangen, dat rechts boven of onder naast de letter geplaatst wordt:

F' of F, is dus sub-contra f.

B' of B, is contra I».

a! of a.( is driegestreept a.

10. In het eengestreept octaaf ligt de toon, door de geheele beschaafde wereld als normaaltoon aangenomen; d. w. z. als toon, waarnaar alle muziekinstrumenten worden gestemd.

Die toon is de a, dus eengestreept a of a'.

Om een eind te maken aan de ongelijke stemming, die 't uitvoeren van dezelfde muziek in verschillende landen zeer bemoeilijkte, werd in 1858 door de Fransche Academie besloten, den toon van 435 tr. als a' aan te nemen; met welk besluit het Internationaal Muziekcongres, in 1885 te YVeenen gehouden, zich vereenigde. Sedert dien tijd draagt a', voortgebracht door 435 tr. per seconde, den naam van Parijschen kamertoon, diapason normal of a d'orchestre.

Sluiten