Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21. Evenals de g-sleutel uit de g, heeft zich de f-sleutel

')■

uit de letter f ontwikkeld.

Hij wijst de 4e lijn aan, en bestemt die voor de f van 't klein octaaf, of f.

De 11 noten, die op een balk met den f-sleutel vooraan — kortweg: op den f-balk — kunnen geplaatst worden, stellen dus tonen voor uit 't klein- en daaronder gelegen groot-octaaf.

Ook de f-balk kan, door middel van hulplijnen en octaafteekens, op dezelfde wijze worden uitgebreid als de g-balk.

'i'i. De g-balk en de f-balk beheerschen ieder een gebied van 't toonstelsel: de eerste dat der hooge, de tweede dat der lage tonen.

Overzien we, zonder de hulplijnen in dienst te stellen, beide gebieden, dan blijkt, dat ze slechts door één toon: c', gescheiden worden.

Sluiten