Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In noten voorgesteld, omvat zij de volgende tonen:

Kinderstem.

en dus — de hooge kinderstem: van c' tot f* de lage „ : » a »

3». Worden tegenwoordig de vrouwen en kinderstemmen in den g-, en de mannenstemmen bij voorkeur in den f-sleutel geschreven, — vroeger bediende men zich veel meer van den c-sleutel; maar — op verschillende lijnen van den balk.

De c-sleutel wijst de lijn aan, die voor c' bestemd is. Door nu den c-sleutel lager te plaatsen, naarmate de stem over meer tonen boven c' beschikken kon, kreeg men den omvang der stem bijna geheel op den notenbalk, en vermeed daardoor het gebruik van hulplijnen.

Voor de sopraan, die over 't grootste aantal stamtonen — dertien — boven c' beschikt, werd hij zoo laag mogelijk, dus op de le lijn geplaatst; voor de alt, die boven c' slechts acht stamtonen zingen kan, 2 lijnen hooger, dus op de 3® lijn.

Ook de tenorstem werd op den c-balk geschreven; omdat zij slechts 5 tonen boven c' omvat, kwam dan de

c-sleutel op de 4® lijn.

Voor bariton en bas gebruikte men destijds reeds den f-sleutel; maar — met hetzelfde doel: het vermijden van hulplijnen — voor den bariton op de 3e, voor den bas op de 4® lijn.

81. De uiterste tonen der 6 zangstemmen werden in dien tijd voorgesteld als volgt:

Sluiten