is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons toonstelsel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Misschien is hij nog niet geheel verdwenen, omdat de tenorstem de eenige is, die noch in den g-, noch in den f-sleutel gemakkelijk kan geschreven worden. In den g-sleutel heeft zij minstens 4 hulplijnen onder —, in den f-sleutel minstens 3 hulplijnen boven den balk noodig.

Men wil echter gaarne den c-sleutel in de zangmuziek weren, en zich tot slechts 2, den g- en den f-sleutel bepalen, om het muzieklezen zoo eenvoudig mogelijk en daardoor voor ieder toegankelijk te maken.

Daarom heeft men aangenomen, de tenorstem op twee wijzen te schrijven:

in den f-sleutel, op de gewone wijze, 6f in den g-sleutel, — maar dan een octaaf hooger. Een tenor dus, die muziek in den g-sleutel voor zich heeft, zingt die een octaaf lager dan ze geschreven staat.

De dubbele functie, die de g-sleutel daardoor te vervullen krijgt, namelijk dat hij bij vrouwenstemmen de lijn voor g', en bij den tenor dezelfde lijn voor g aanwijst, duidt men aan door te spreken van de dubbelzinnigheid van den g-sleutel.

In de instrumentaalmuziek is <Vii c-sleutel — die op de 3e lijn — nog geregeld in gebruik. Hij dient daar voor de muziek van de alt-viool of viola, een strijkinstrument, in grootte tusschen een gewone viool en een violoncel staande.

34. Tegenwoordig schrijft men dus:

de 2 kinderstemmen: in den g-sleutel; de 3 vrouwenstemmen: in den g-sleutel;

de tenor: in den g-sleutel een octaaf te hoog,—

in den f-sleutel, — en somtijds nog in den c-sleutel;

de bariton en bas: in den f-sleutel.

Hieronder volgen de meest voorkomende schrijfwijzen van zangmuziek.