Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenstelling waarvan men de bovenbehandelde enkelvoudige maatsoorten noemt.

De leden — enkelvoudige maten — van een samengestelde maat zijn niet van hetzelfde gewicht: ze verhouden zich tot elkander als de maatdeelen in een enkelvoudige maat. Daardoor wordt wat meer afwisseling in accent verkregen, wijl 't niet te ontkennen is, dat gelijke, evensterke accentueering om de 2 of 3 maatdeelen, zooals in de enkelvoudige maatsoorten, eenigszins eentonig is.

De accenten in een samengestelde maat, uit 2 tweedeelige maten bestaande, zijn dus voor te stellen door:

ie maat. 2® maat.

of door _ w _ w

die van een samengestelde maat, uit 3 driedeelige maten ontstaan, door

Omdat het accent op het le maatdeel altijd het voornaamste blijft, geeft men het in alle maten, waarin meer dan één accent voorkomt — zooals in de samengestelde maten—den naam van hoofdaccent; de andere accenten heeten dan bijaccenten.

Zoo komt in de -J maat, een veel gebruikte maatsoort, die bijna altijd door in plaats van door } wordt aangewezen, op 't eerste maatdeel het hoofd-, op 't derde het bij-accent.

Maatdeelen, die accent hebben, heeten zware of sterke—, die geen accent hebben, lichte of zwakke maatdeelen.

In de j maat is dus 1 ('teerste mnatdeei): sterk, 2 : zwak.

1e maat. 2e maat. 3® maat.

of door

Sluiten