Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door natuur-, in 't bijzonder geluidkundigen, omdat de wetenschap hun verbiedt ook zelfs maar 't geringste verschil te verwaarloozen; — en is bekend onder den naam van de leer der ongelijkzwevende temperatuur.

De toonkunst echter wordt sedert het begin der 18® eeuw geheel beheerscht door de leer der gelijkzwevende temperatuur, volgens welke de diatonische en de chromatische halve toon als juist even groot beschouwd worden.

De 5 heele tonen, die in een octaaf voorkomen, worden naar deze leer ieder in 2 evengroote halve tonen verdeeld, zoodat — de 2 op zich zelf staande halve tonen meegerekend — volgens de gelijkzwevende temperatuur een octaaf bestaat uit 12 evengroote toonsafstanden (chromatische en diatonische halve tonen).

77. In de muziek worden dus als van gelijke toonhoogte beschouwd:

tusschen a en b: ais en bes „ e en d: cis en des „ d en e: dis en es „ f en g: fis en ges „ g en a: gis en as

of:

De gelijkheid van twee zulke tonen, — een gelijkheid alleen in toonhoogte, niet in plaats op den notenbalk — heet enharmonische gelijkheid, om ze te onderscheiden van de volmaakte gelijkheid van tonen, die naast gelijke toonhoogte ook een gelijke plaats op den balk hebben. (Enharmomsch — in samenklank; dus gelijkheid in samenklank).

Ais en bes zijn dus enharmonisch gelijke tonen.

Sluiten