Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

96. Het overgaan naar een andere toonladder, 'tgeen in bijna elke compositie, hoe klein of eenvoudig ook, geschiedt, heet moduleeren. Heeft de overgang ten gevolge, dat de melodie zich lang, of tot het eind, in de nieuwe toonladder blijft bewegen, dan heet hij modulatie of eenvoudig overgang; wordt de oorspronkelijke toonladder slechts voor een paar maten verlaten, dan spreekt men van uitwijking.

Modulaties zijn niet altijd gemakkelijk te herkennen. De gemakkelijkste modulatie is die, waarbij de nieuwe toonladder wordt ingeleid door haar 7" toon. Die 7e toon is bij de toonladders met kruisen de 4° in de vorige toonladder. Wordt dus in een muziekstuk de 4e toontrap van de toonladder waarin het staat, van een laddervreemde verhooging voorzien, dan is dat bijna zeker het bewijs, dat er modulatie naar de volgende toonladder — met één kruis meer of één mol minder — plaats heeft.

Wordt daarentegen de 7e toon door een laddervreemd teeken chromatisch verlaagd, dan is de modulatie naar de vorige toonladder — met één kruis minder of één mol meer — vrij zeker; immers die 7® toon wordt de 4e in de vorige toonladder.

Overigens behoort de modulatie bij de harmonieleer, en is zonder deze niet verder te begrijpen.

Onderstaande regels geven voorbeelden van 't voorkomen van laddervreemde tonen:

a: als versiering

b: als teeken van modulatie.

Sluiten