Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tischen halven toon verschillen, zullen we van elk interval slechts één soort nemen: de reine of de groote.

Een reine prime . . . geen afstand.

groote seconde . 1 diat. heele toon.

groote terts . . . 2 diat. heele tonen.

reine quart . . . 2 „ „ „ en 1 diat. halve toon.

reine quint . . . 3 „ „ „ „ 1 „ » »

groote sext . . . 4 „ „ „ „ 1 „ „ »

groote septime . 5 „ „ „ „ 1 » » »»

reine octaaf . . . 5 „ „ „ » 2 „ „ tonen.

De omvang der andere soorten is nu gemakkelijk te vinden, mits men gebruikt maakt van de wetenschap:

1 diat. halve en 1 chrom. halve toon vormen samen 1 diatonischen heelen toon.

Zoo is dus een vergroote quart: 2 diat. heele tonen -f1 diat. halve -f- 1 chrom. halve, of 3 diat. heele tonen.

101. Moet men nu van elk interval, dat men benoemen wil, gaan berekenen uit hoeveel heele en halve — zoowel diatonische als chromatische — tonen het bestaat?

Mogelijk is 't zeker; maar zeer omslachtig, en bovendien werktuiglijk. Daarom passen we een middel toe, dat wortelt in de verhouding der tonen van de majeurtoonladder, en dus geen aanleiding geeft tot het mechanisch bijeenvoegen en scheiden van halve tonen.

We zullen daarbij de beide groepen van intervallen, de rijzende en de dalende (onder) intervallen afzonderlijk behandelen.

A. Rijzende intervallen.

De majeurtoonladder is zoo samengesteld, dat ieder harer tonen met den grondtoon een rein of een groot interval vormt.

Onderstaande notenbalk bevat in volgorde de 8 verschil-

Sluiten