Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rein of groot moet zijn, en verhoogt of verlaagt hem chromatisch, naarmate er een vergroot, een klein of een verkleind interval verlangd wordt.

Voorbeelden:

1. Gevraagd de reine quart van e.

Toonladder van e: e, fis, gis, a;

de reine quart van e is dus a.

2. Gevraagd de kleine sext van f.

Toonladder van f: f, g, a, bes, c, d;

de groote sext van f is d;

de kleine sext — één graad kleiner — is dus d enkel verlaagd, of des.

3. Gevraagd de verkleinde quint van gisis.

Toonladder van g: g, a, b, c, d;

de reine quint van g is d;

de reine quint van gisis <g dubb. verh.) is disis (d dubb. verh.);

de verkleinde quint — één graad kleiner — is dus disis enkel verlaagd, of dis.

B. Dalende (onder) intervallen.

Ook bij de berekening der onder-intervallen brengen we de kennis der toonladders in toepassing.

Daartoe dienen we echter eerst kennis te maken met wat men de omkeering der intervallen noemt.

Elk interval kan omgekeerd worden, door zijn boventoon een octaaf te verlagen, of zijn ondertoon een octaaf te verhoogen. Het nieuwe interval, dat daardoor ontstaat, heet de omkeering van het eerste.

Onderstaand voorbeeld geeft beide omkeeringen van 1t interval g—c:

van der laan, On* toonstelsel.

(>

Sluiten