Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Grieken hadden al deze toonladders in gebruik, en noemden ze naar verschillende provinciën:

de Aeolische,

de Mixo-Lydische,

de Lydische,

de Phrvgische,

de Dorische,

de Hypo-Lydische en de Hypo-Phrygische.

Vier dezer toonladders werden door Ambrosius, Bisschop van Milaan, die in de 4e eeuw leefde, ten behoeve van 't kerkgezang uitgekozenen kregen later den naam van authentieke toonladders.

Paus Gregorius I leidde uit elke der authentieke toonladders een andere af, door met de onderquart van den grondtoon te beginnen en met de bovenquint te eindigen, en noemde de zoo verkregen toonladder de plagaal-toon1 adder van de eerste.

De 4 authentieke en haar 4 plagaaltoonladders zijn bekend onder den naam van de Gregoriaansche of Kerktoonladders.

Van de 8 kerktoonladders zijn er zes na de 16e eeuw langzamerhand in onbruik geraakt; twee zijn er behouden (/.ie 80): de Lydische (volgens Hucbald, een Nederlandsch monnik en muziekgeleerde uit de 10® eeuw, de Ionische), die niet C, en de Aeolische, die met a begint.

Zijn dus de majeurtoonladders uit de Lydische (of Ionische) toonladder afgeleid, uit de Aeolische toonladder stamt de andere soort der diatonische toonladders, de mineurtoonladder af.

Sluiten