Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkorting van motieven, door aanvullingen en verbindingsgangen.

Hierover uit te weiden, zou ons echter ver buiten het bestek van dit werkje voeren.

150. De kennis der rhythmiek is van groot belang voor den muziekbeoefenaar. Zonder deze kennis is het hem onmogelijk, juist te phraseeren, dat wil zeggen, een muziekwerk zóó uit te voeren, dat elk onderdeel tot zijn recht komt, en het geheel een beteekenisvolle opeenvolging van muzikale volzinnen wordt, dat tot den toehoorder spreekt.

151. Het oermotief moet vooral niet verward worden met het leidmotief, door Richard \V agner in zijn opera s ingevoerd. Het leidmotief is een muzikale phrase, die een bepaald persoon, een handeling of een toestand inleidt ot begeleidt, en die zich telkens doet hooren als de persoon optreedt, of de handeling of de toestand zich herhalen.

XX. HARMONIE.

152. Onder harmonie verstaat men het samenklinken van tonen, welker verhouding van zoodanige beteekems is, dat hun samenklank door het oor als een geheel wordt opgevat. Een samenklank van minstens 3 tonen heet accoord. Accoorden, die uit boven elkander liggende tertsen bestaan,

beeten stamaccoorden.

De voornaamste stamaccoorden zijn de drieklank, die uit 2, en het septime- of septaccoord. dat uit 3 boven elkander liggende tertsen bestaat.

Sluiten