Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 aaneengegroeide platen zich langzaam van elkander, waardoor er een soort van kloof gevormd wordt, (zie fi*. 3, bij A en ( ')•

Fig. 3. Het schildvormig kraakbeen.

A van voren |

B van terzijde , gezien.

C van aeliteren J n: bovenste, b: onderste hoornen.

De 2 bovenste hoornen (zie fig- 3, n) van het schildvormig kraakbeen zijn, evenals de uitspringende punt, door sterke banden (fig. 1, M) met het tongbeen (fig 1, t) verbonden. Daardoor maakt het geheele strottenhoofd enkele bewegingen der tong, de slikbewegingen b.v.b., mee. Op de 2 achterste gewrichtsvlakten, dus boven op het breede deel van het ringvormig kraakbeen (fig. 2, B<), en daarmee zeer beweeglijk

Sluiten