Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hooge mate belemmerend voor een goed ademhalen, wijl het de beweging van het middenrif bemoeilijkt.

Wie goed wil leeren ademhalen, beginne met dit te doen, liggende op den rug, op een plank of een hard bed. De uitzetting van den buikwand is dan zeer duidelijk waar te nemen, en 't middenrif wordt er uitnemend door geoefend, omdat het den tegenstand der ingewanden te overwinnen heeft, die zich bij staand of zittend inademen niet zoo gelden laat.

Daarop kan staand ademen volgen; waarbij het lichaam vooral gestrekt moet zijn, de rug tegen den muur moet steunen en de handen op de heupen kunnen gelegd worden.

Vooral oefene men zich in 't vasthouden van den adem: door voortdurende oefening kan men 't wel zoover brengen, dat men den adem zonder inspanning 50 a 60 seconden kan inhouden.

166. Niet alleen de inademing, ook de uitademing is van belang. Het gewone uitademen geschiedt, zooals we reeds zagen, passief: opzettelijke spierwerking is er niet voor noodig. Maar passief uitademen is voor den zanger niet voldoende. Hij moet zijn ademhaling volkomen kunnen beheerschen, en daartoe actief leeren uitademen: zijn natuurlijke uitademing moet hij in een kunstmatige veranderen.

Zeer veel verschillende oefeningen, waarvoor wij naar speciale werken over ademhaling en stemvorming verwijzen. zijn daartoe noodzakelijk.

In den regel moet de inademing door den neus, de uitademing door den mond geschieden.

167. De zanger moet — wil hij een goeden toon vormen — steeds over een groote hoeveelheid lucht kunnen beschikken, ze lang kunnen vasthouden, er spaarzaam mee omgaan.

Sluiten