Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geaspireerde toonaanslag (spiritus asper) heeft plaats, als de stembanden op 't oogenblik der toonvorming elkander langzaam naderen, eveneens zonder zich te sluiten. Door 't langzaam tot elkander komen der stembanden heeft hier het bovenste gedeelte der luchtkolom nog even gelegenheid, te ontsnappen zonder toon te veroorzaken, zoodat de toon door een soort geruisch wordt voorafgegaan, dat gelijkt op 't begin van een langzaam uitgesproken letter h.

Ook in verband met hetgeen wij boven opmerkten omtrent 't gebruiken van alle lucht voor de vorming van den toon, is de geaspireerde toonaanslag minder goed.

De zachte toonaanslag is de beste.

I(»9. De hoogte van den toon, die nu ontstaat, is in de eerste plaats afhankelijk — behalve van de meerdere of mindere kracht van den van binnen aangeblazen luchtstroom — van de lengte en de spanning der stembanden.

Hoe langer stembanden, en hoe minder gespannen, hoe lager toon, — bij gelijke sterkte van luchtstroom. Neemt die sterkte toe, dan rijst de toon, vermindert ze, dan daalt hij.

Trilden de stembanden altijd over hun geheele lengte, dan zou er toch nog niet veel afwisseling van toon mogelijk zijn; maar door de werking van velerlei spiertjes in 't strottenhoofd kan het trillend gedeelte verkort worden. Dat verkorten bestaat in een geleidelijk aan elkander sluiten der stembanden, zoodat het overblijvende vrije gedeelte, dat " trillen kan — en daarmee de stemspleet — hoe langer hoe korter wordt. Brengt iemand zijn laagsten zangtoon voort, dan trillen zijn stembanden over de geheele lengte en breedte, de stemspleet is zoo lang mogelijk, en ook de aangrenzende deelen van 't strottenhoofd trillen mee.

Voor eiken hoogeren toon spannen zich de stembanden meer, en verlengen zich daarbij een weinig. De voorkant van 't ringkraakbeen wordt nl. omhoog getrokken; daardoor

Sluiten