is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederlandsche gids op de Parijsche tentoonstelling in 1900

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORWOORD.

Eerst in den vreemde gevoelt men recht zijne nationaliteit. Als men in den spoorwagen zittend, twee medereizigers in de eigen zoo welbekende taal hoort spreken, als men in een museum plotseling „Wat is dat mooi" achter zich hoort zeggen, bindt een onverklaarbaar gevoel van stamverwantschap terstond de landslieden die elkaar nooit zagen, elkaar wellicht nimmer meer zullen ontmoeten, maar op dat oogenblik zich nauwer bij elkaar aansluiten, omdat zij iets gemeen hebben, juist datgene wat zij misten in de menschenmassa die hen omringt: zij zijn landgenooten, zij spreken dezelfde taal, zij hebben dezelfde van jongs af onbewust ingezogen grondbegrippen, die het kenmerk hunner nationaliteit uitmaken.

Zulk eene ontmoeting geeft een aangenaam oogenblik op eene lange reis, maar dikwijls volgt daarop een zeker minder prettig gevoel; men is zoo vrij niet meer. Onze gids wil het aangename gevoel van niet geheel verlaten in