Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze gemakkelijk te volgen indeeling heeft men verkregen, doordien men, in afwijking van hetgeen op vroegere wereldtentoonstellingen meestal geschiedde, de inzendingen nit één land niet bij elkaar heeft gelaten, maar daarentegen in één en hetzelfde paleis de gelijksoortige inzendingen van alle landen heeft bijeengebracht. Vergelijking op speciale punten tusschen de verschillende landen wordt hierdoor gemakkelijker, maar het stelsel maakt het verkrijgen van een overzicht van de tentoonstelling van één bepaald land daarentegen vrij moeielijk.

De geheele tentoonstelling, met uitzondering der retrospectieve afdeelingen, die van zelve bij hare klassen gevoegd worden, is verdeeld in 18 groepen, welke weder verdeeld zijn in klassen, tot een gezamenlijk getal van 121. De 18 groepen zijn:

I. Opvoeding en onderwijs (klasse 1 tot 6).

II. Kunstwerken, (klasse 7 tot 10).

III. Werktuigen en hulpmiddelen voor wetenschap en

kunst (klasse 11 tot 18).

IV. Werktuigkunde (klasse 19 tot 22).

V. Electriciteit (klasse 23 tot 27).

VI. Waterbouwkunde en middelen van vervoer (klasse

28 tot 34).

VII. Landbouw (klasse 35 tot 42).

VIII. Tuinbouw (klasse 43 tot 48).

IX. Boschwezen, jacht, visscherij en wildgroeiende plan¬

ten (klasse 49 tot 54).

X. Voedingsmiddelen (klasse 55 tot 62).

XI. Mijnwezen en metallurgie (klasse 63 tot 65).

Sluiten