Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De flederlandsche flfdeeling.

Bij de indiening der begrooting van 1897 werd door de Nederlandscbe Regeering voorgesteld, in afwijking van de houding de laatste jaren bij tentoonstellingen aangenomen, aan de Parijsehe wereldtentoonstelling officieel deel te nemen.

Met dit doel was op de begrooting van Waterstaat, Handel en Nijverheid een crediet van f 50.000 uitgetrokken. Negen leden der Tweede Kamer terecht voorziende dat deze schamele som niet voldoende kon zijn, stelden voor haar te verhoogen tot f 300.000. De Kamer nam dit amendement aan, en op de begrooting voor 1897 kwam het eerste crediet dezer totaaluitgave voor. Latere pogingen dit crediet op de Staatsbegrooting op nieuw te verhoogen, zijn niet gelukt.

Wel daarentegen is op de begrooting van NederlandschIndië een crediet van f 200.000 aangenomen. Ook dit bleek niet voldoende, waarop de inmiddels opgetreden minister van koloniën, de heer J. T. Cremer, uit eigen middelen nog f 25.000 ter beschikking van de commissie stelde. Het was toch gebleken, dat met de voorbereiding in Indië niet minder dan f 100.000 gemoeid waren.

Ook ander particulier initiatief hielp de Nederlandscbe

Sluiten