Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vreemde beeldhouwkunst is in den linkervleugel van den grooten hal tot aan het midden geplaatst voor zooverre zij niet geplaatst is in de schilderijenzalen.

Men zal opmerken, dat terwijl rondom de groote hal op de eerste verdieping ééne rij zalen is met eene gaanderij, welke door een doek gedekt smalle zaaltjes vormt, wij op de grondverdieping in de beide vleugels twee rijen zalen hebben. Deze zijn gevormd door houtconstructies met latwerk versierd, welke slechts tijdelijk zijn. De binnenste rij zalen ligt lager dan de buitenste, en correspondeert hiermede door trapjes van 8 treden.

Het is ondoenlijk de namen op te geven der belangrijkste kunstwerken hier bijeengebracht, trouwens de meeste namen en titels zijn op de lijsten of voetstukken duidelijk zichtbaar aangegeven. De nummers der zalen zijn bij de Honderdjarige boven ter zijde van eiken ingang aangebracht, bij de Tienjarige beneden, terwijl de vreemde landen door borden of andere duidelijk zichtbaar geplaatste naamschilden den bezoeker terstond inlichten in welk land hij zich bevindt.

De Honderdjarige tentoonstelling omvat de geheele 19de eeuw. Zij begint met Greuze, Vestier en zelfs Watteau, die in zaal 1 te zien zijn, om te eindigen met de hedendaagsche nog levende schilders, waarvan wij groote doeken in de Eerezaal opgehangen vinden. Het beeld dat de Honderdjarige geeft van de Fransche schilderschool is alles behalve volledig. Gedeeltelijk komt dit doordien op de tentoonstelling van 1889 men ook eene Honderdjarige georganiseerd had, welke bijzonder goed is geslaagd. Daar nu ook op de afdeeling Schoone Kunsten, zelfs op de retrospectieve sectie de bepaling is toegepast, dat niets mocht worden toegelaten dat reeds op de tentoonstelling van 1889 te zien is geweest, werden vele meesterwerken hierdoor buitengesloten. Eene tweede oorzaak is dat de Commissie, met de organisatie

Sluiten