Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werk te zien over, zooveel dat de beelden te dicht bij elkaar staan, en vooral die der middengroep met hanne kolossale afmetingen elkaar hinderen.

In de vreemde secties zijn eveneens alleen werken opgenomen sinds 1890 vervaardigd. Onder het beeldhouwwerk zal men ook daar reuzenbeelden vinden, bijv. Amerika met het ruiterstandbeeld van generaal Sherman, Italië met de wel niet hooge maar zeer omvangrijke curieuse groep „Finis Romae", Rusland, waar de beeldhouwer Antokolsky met het beeld van Czaar Alexander III e. a. een afzonderlijk zaaltje vult, en ook Finland, waar de kunst een politieken bijsmaak heeft. Het sterkst in buitensporige afmetingen is de Hongaarsche afdeeling, waarvan de beelden van „Mathias Corvinus", van den „Aartsengel Gabriel" en van „Hongaria" alle in grootte overtreffen.

at betreft de vreemde schilderijen-afdeelingen, valt die van Duitschland terstond op door de decoratie der zalen. Zware baldakijns zijn in het midden aangebracht en maken de zalen donkerder. Plafondschilderingen in de groote middenzaal, zelfs boven het goudkleurig behangsel eene zeer uitgewerkte fries, kunstige hoewel zware portieken en geschilderde houten kolommen doen deze afdeeling sterk uitkomen bij den eenvoud der andere zalen. Midden in de groote zaal der Duitsche afdeeling vindt men het portret van keizer Wilhelm II, dat bizonder de aandacht trekt.

De Oostenrijksche afdeeling onderscheidt zich door zichtbaar onderling gekibbel. Zij heeft drie zalen: beneden, eene voor de Oostenrijksche schilders die te Parijs wonen, boven, eene voor de Wiener Künstlergenossenschaft, en daarnaast eene der afgescheidene „Secession*. Deze beide laatste zalen zijn met behangels, ornamenten en meubels versierd, welke het Oostenrijksche begrip van modernen kunststijl doen zien. Vooral in de zaal der „Secession* is dit sterk sprekend.

Sluiten