is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederlandsche gids op de Parijsche tentoonstelling in 1900

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Chateau d'eau eD zijne omgeving vormen het middelpunt der grootsche illuminatie bij feesten. Het is dus hier de plaats aan te geven, hoe men het beste deze verlichting ziet, daar zij in de lange zomerdagen slechts kort duurt, en de tentoonstelling zoo uitgestrekt is.

Den volgenden teeg achten wij het meest aanbevelenswaardig. Tegen half negen treedt men de tentoonstelling binnen bij den Monumentalen Ingang. De zacht gekleurde verlichting der Porte Binet geeft een bizonder schoon effect. Daarna gaat men langs de Seine tot de Avenue Nicolas II, beziet deze, en gaat over de brug Alexander III, waarbij men de weerkaatsing der illuminatie in de Seine en de schittering van de Straat der Volken bewondeit. Men steekt vervolgens het schoon verlichte voorplein van de Esplanade der Invaliden over, slaat daarna rechts af en neemt bij de Nederlandsche afdeeling in dit paleis de rollende loopplank. Men laat zich aldus voortrollen door eene zee van licht tot het station der Porte Rapp, gaat het tentoonstellingspaleis dwars door, en de trap op naar de buitengaanderij aan de zijde van het Champ de Mars. Men ziet dan de 1100 lichten van de leuning van het Electriciteitspaleis en de lichtende fonteinen. Men neemt die gaanderij tot aan het Electriciteitspaleis, loopt daar langs en achter den waterval door, en gaat aan de andere zijde de zacht glooiende helling afdalend naar het bassin. Hier ziet men de lichtende fonteinen en overziet men tevens het geheele Champ de Mars. De lichtende fonteinen spelen driemaal 's avonds met tusschenpoozen van een kwartier, en wel van 9 uur 15 min. tot 9 uur 35 min., van 9 uur 50 min. tot 10 uur 10 min. en van 10 uur 25 min. tot 10 uur 45 min.

Langs het middenpad in de richting der Seine voortgaande, ziet men den Eifteltoren, bizonder elegant met zijne lichtende