Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoeveelste, zou liefhebben, indien hij tot iemand van liefde sprak? — Kon hij wel liefhebben?

Wij moeten tot deze lastige vraag komen, en het antwoord moeten wij geven. De vraag is maar, wat wij onder liefde verstaan, en wat hij er onder verstond. Laten we nu onszelven even buiten het geding en bepalen we ons tot hem, dan is het antwoord nagenoeg aldus: Doinves Dekker dacht bij dat woord uitsluitend aan zielsgemeenschap; liefde was voor hem algeheele toewijding van een ander aan hem. Wat hij deed moest wèlgedaan zijn voor haar, die zei hem lief te hebben; als zij één oogenblik hare aarzeling liet blijken, om in zijne onfeilbaarheid te gelooven, kwam er ernstige storing in zijne aandoening, en liet zij zich, waarom of hoe dan ook, tot afkeurende critiek verleiden over zijn doen en laten, dan was 'tuit. Zij mocht geene van zijne gebreken bezitten, zij moest God zijn en hem aanbidden, alsof hij 't zuare. Voor zich zeiven w&s hij 't — en dus konden er ook velen te gelijk zijn, die hem liefhadden, zonder dat hij zich uitsluitend aan eene enkele behoefde te geven.

Het is voor de vrouw, die bewust belooft

Sluiten