Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeg hij Si Oepi Iveteh aan haar vader en kreeg haar. Si Oepi Keteh wordt door mevr. de wed. Douwes Dekker „zijne eerste vrouw" genoemd. Hij vertelt iets van haar in de Max Havelaar en heeft later wel eens over haar gesproken, naar het schijnt. Haar haarlok heeft hij trouw bewaard en wij weten, dat hij haar Clio noemde en haar poogde te ontwikkelen. Toen hij in armoede verkeerde te Padang, waar Michiels hem negen maanden gevangen hield, heeft hij Si Oepi Keteh naar haar vader teruggezonden. Aan hïtér vertelde hij den parabel van den Japanschen Steenhouwer — van Hoëvell vrij gevolgd. — En ook van Hoëvell was niet oorspronkelijk, meen ik.

VIII.

In den 4<ien druk, bid. 155, van den Max Havelaar zegt hij: „Zoo'n prauw biedt weinig gelegenheid tot afleiding, en daarbij was ik juist in eene verdrietige stemming, waartoe veel oorzaken het hare bijdroegen. Ik had primo, een ongelukkige liefde — mijn dagelijksc/i brood in dien tijd maar bovendien bevond ik mij

Sluiten