Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zag er goed uit en ik — zoo zegt hij — was, in weerwil van mijn toestand, altijd ik."

Altijd en overal is hij dezelfde: alle meisjes, die er goed uitzien, behooren hem en maar heel enkelen kunnen weerstand bieden. Een meisjesgek is hij gebleven tot op zijn ouden dag. —

In het najaar van '55 ging Dekker met zijn gezin naar Indië terug, en den 4(Jcn Januari '56 werd hij benoemd tot Assistent-Resident van Lebak. Den 4,1<--n April '56 — dus juist 3 maanden later — werd hij op zijn verzoek eervol uit 's lands dienst ontslagen.

Nagenoeg een jaar lang deed hij zijn best, om op Java een middel van bestaan te vinden, wat hem niet gelukte. In het voorjaar van '57 ging hij naar Europa, daartoe waarschijnlijk in staat gesteld door zijn broer Jan, die tusschen Bodjonegoro en Grissee eene tabaksplantage had. Everdine bleef daar aanvankelijk, de geboorte van haar tweede kind afwachtend. Een meisje was het en het werd genoemd naar de moeder, Everdine Huberte; den ist«» Juni '57.

Dekker vertoefde, na over Singapoor, Ceylon en Kaïro gereisd te zijn , eenigen tijd te Marseille, daarna enkele maanden in Duitschland om te

Sluiten