Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

avontuur en die vrouwenziel — Ottilie's brief ontving, schreef hij: „Wat een hart, niet waar? Ik ben er van aangedaan!" — als om te bewijzen , dat hij volstrekt niet aangedaan was, maar verrast, gestreeld, aangemoedigd. Geen oogenblik vraagt hij zich af, of Ottilie's levensgeluk misschien ook door hem kan verwoest zijn — dat komt niet in hem op. Zich aan hem te mogen wijden is voor elke vrouw een voorrecht en wie zich wijden wil, moet daarvoor geen loon vragen, anders houdt het wijden op. Alles of niets — en alles met onverstoorbare blijdschap.

In dit opzicht is hij zich zeiven gelijk gebleven, zijn heele leven door: zoo lang hij eene Veer van zich af kon blazen, werd hij verliefd op elk mooi meisje en deed hij zijn best, haar tot zich te trekken en vroeg alles van haar. Wie dit wisten, hebben hem dit heel kwalijk genomen. En als hij voortdurend klaagt over nieuw leed, antwoordt men: „ge haalt het u zeiven op den hals." En wdór is het, dat hij geen anderen levensstrijd kende, dan dien tegen de dagelijksche materiëele zorgen en juist daartegen was de arme man niet opgewassen. Wanneer wij van ons gewoon menschelijk standpunt

Sluiten