Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dadigheid speculatie — alles, alles is verdorven, verrot. Er is een Hercules noodig, om den stal te reinigen — en die zal ik zijn, ik, Multatuli — die geen vliegen-reddende dichter ben , geen schriftgeleerde, maar een Machthebbende, hebbende de macht den mensch op te voeren ver boven het stof. Excelsior, Excelsior! — de roeping van den mensch is mensch te zijn! —

Zoo moet het refrein zijn geweest van het lied, waar Sietske in koortsige opgewondenheid naar luisterde. De familie Abrahamsz wordt ongerust; Tine wordt bang; Sietske gelooft en biedt zich aan in heilige extase.

V.

Dekker heeft grootsche plannen. Liefdeshistories geven hem inspiratie — zelfs de Saïdjahvertelling zou hij niet hebben kunnen dichten zonder de inspiratie van eene café-chantantzangeres te Brussel, ,,'t Romantische, 't avontuurlijke vuurt mij aan, en burgerlijke braafheid doodt me", schrijft hij aan Tine.

Onder deze liefde voor Sietske liepen nog tallooze „amourettes" door — maar „die hadden

Sluiten