Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezonden. Wel wist Dekker nog correspondentie met Sietske te houden, door tusschenkomst van den boekhandelaar Meyer op den Vijgendam , waar hij zijne briefjes ter afhaling deponeerde; en soms zelfs gelukte het hem nog met Sietske te wandelen, doch de mindere ontmoetingen brachten geene wanhoop en schijnen hem niet ongelukkig te hebben gemaakt.

Tine's onophoudelijke raadgevingen en waarschuwingen hadden toch waarschijnlijk eenigen invloed — vooral nadat Sietske eens schijnt geaarzeld te hebben. En we weten, dat was voldoende voor verkoeling. Hij raadt haar aan, op zeker oogenblik, voorzichtig te zijn en Sietske luistert naar hem. Toen werd hij natuurlijk boos en heeft haar „ten slotte gezegd, dat hij haar loopen liet." — Sietske moet het niet doen voorkomen, of zij zich geeft, om hèm een plezier te doen, neen, het moet haar hoogste genot zijn zich om zich zelfs wil aan hem te geven. Hij was boos. „Welnu, Siet verklaarde, dat zij mij wilde toebehooren , zoodra ik begreep, dat ik voor haar zorgen kon enz. Ik zag daarin volstrekt geen kwaad. Maar als ik nu iets opmerk, dat ik flauw vind, dan schrik

Sluiten