is toegevoegd aan uw favorieten.

Eduard Douwes Dekker

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er van. Al kan ik niets koopen, ik zal haar toch wat geven, ik zal schommelen, zoolang ik wat heb. Bij alles noemt het donderdag. ,,Denk aan overmorgen."" —• Zoo schreef Tine den 8sten Mei, en den 9^n; jk weet; geen raad, hoe alles no& gaat a's 't gaat is mij een raadsel. — De bakker wordt lastig. De slager is een afschuwelijke rekening en die houdt zich maar stil. — — — Arme Dek. Als je geld kon krijgen, zou 't dan nog kunnen gered worden? Kassian. Als hier beneden niet betaald wordt, moet ik weg voor dien tijd. Misschien komt alles nog terecht. God geve, 't is al te bitter." —

Maar 't kwam niet terecht. Wel werd het leven daar, door gedeeltelijke betaling, nog gerekt, maar in de eerste maanden van '66, 's daags voor den vervaldag van nieuwe wissels, moest Tine met Nonni vluchten. Eduard wès al in Amsterdam; die logeerde sinds enkele maanden bij de familie Koning en had daar zijn vader nog herhaaldelijk gezien. Ook Sietske was daar, maar, hoe intiem ook, meer dan het „lieve nichtje" was ze toen niet. —

Op een avond nu kwam Dekker daar en vertelde zijn wedervaren in den schouwburg van