Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hartelijkheid te ondervinden bij hun huwelijk, in zijne woning en roept Tine daartoe op, haar herinnerend aan hun eigen huwelijksdag, zonder familie — maar als zij later hem zoo graag thuis had, op den ioden April, hun huwelijksdag, wordt hij boos Het huwelijk is uitgewischt iti hem — en nu hij ziet, dat het toch in hd£r nog leeft, wordt hij driftig. — De feiten zijn te sprekend , dan dat ik ze verzwijgen mag; hier zijn ze: Te Menado was Dekker ook ambtenaar van den burgerlijken stand en als zoodanig had hij een zekeren Fabricius getrouwd; toen schreef hij van het bureau naar zijne vrouw: „Trek een schoone kabaai aan en zet een likeurtje klaar. Ik wil Fabricius en zijne vrouw even bij u zenden; wensch ze geluk, maak een klein praatje, enz. Het is anders zoo heel droog en beroerd. Denk (K ean ons op 10 April."

Van Parakan Salak was ook niemand overgekomen.

In het laatst van Maart '61 dringt Tine uit Brussel er op aan, dat hij den ioden April toch thuis zal zijn — en zijn antwoord is: „Het geld, waarmee ik de reis zou gedaan hebben, heb ik u gezonden Wat kon ik meer doen? Ik be-

Sluiten