Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonder mij, dat ik het nog uithoud .... Daar krijg ik nu je verdrietigen brief van gisteren, en dat aandringen op 10 April. Ik kan je verzekeren , dat ik innig naar huis verlang ook buiten dien gedenkdag. Ik verzeker je, dat ik blij zal wezen, als ik thuis kan komen, ook al was 't 2 of 6 of i 2 April." — En nog wat later vaart hij geweldig uit tegen gedenkdagen.

In dezen brief — dien van 29 Maart '6i — vertelt hij verder van zijne liefde voor Sietske en van hare hartstochtelijkheid, waarvan hij houdt en waagt de veronderstelling, dat Tine misschien jaloersch is op haar nichtje.

VIII.

Dekker logeerde toen in het Poolsche Koffiehuis en had het daar heel goed, d. w. z. materieel ontbrak hem niets, en Sietske was haast dagelijks bij hem — en hij had daar vele kennissen , weliswaar „vereerders" van een poover gehalte — want deze vereerders zijn het juist geweest, die tal van de wonderlijkste en zonderlingste verhalen door het heele land hebben doen circuleeren ; ik heb er gekend, één zelfs die tot in provinciesteden als Kampen toe de dagen

Sluiten