Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dekker, Veenstra, van Vloten — de Indische —, Pieter Douwes Dekker, de Hart, Bekking, van Lennep, Jan Smit, Jaap Haspels, Charlotte de Graaff, Starkenborgh van Straten, Kallenberg van den Bosch, de Chateleux, Rochussen, Koning, Hotz, van Helden, Funke, Korteweg, de Geyter, Max Rooses, en nog heelveel anderen, Bleeker, des Amorie van der Hoeven, Zuur — en veel meer nog. Maar het mocht niet baten. — Maanden en maanden lang heerschte er volslagen armoede te Brussel.

XI.

Hij tobde „als een oud konijn", zegt hij en dit is ook zoo. Maar feitelijk bracht hij zijn leven werkeloos door. Ik bedoel dit volstrekt niet als een verwijt — hoe zou ik het recht hebben tot verwijten ? — maar 't is de waarheid. Geregeld arbeiden doet hij niet; alles gaat bij horten en stooten en door den nood gedrongen. Onderwijl verteert hij meer in de hótels, dan hij verdient, verhaalt zijne ellende breedvoerig aan de armoelijdende Tine en doorleeft verschillende romans. Eeuwig draalt hij. Dit vooral is zeer vreemd. De man, die te Lebak zoo

Sluiten