Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te doen neerkomen. Hij is diep ongelukkig in die dagen. — Tine bleef er niet lang — ze waren in dat huis „liever alleen", ze had er een „donker kamertje" — ze was blij, dat ze weg kon."

Ze werd secondante in het „pensionnat de demoiselles" van den heer Maurice Lecomte; Nonnie was daar ook. Tine gaf daar les in het Fransch en Engelsch, maar voornamelijk in het Engelsch. Enkele maanden later werd ze directrice van het pensionnaat en toen woonde Eduard ook bij haar in. Maar dat was te druk voor haar: hare gezondheid verzwakte. Ze had bloed opgegeven en was onder behandeling- van den beroemden Mantegazza, den vrouwenkenner. Met moeite was Tine daartoe te brengen: ze wantrouwde de dokters.

Na hare ziekte zond Potgieter haar maandelijks frcs. 100 en met wat steun van mevrouw Omboni scharrelden ze ten slotte met hun drietjes de wereld door — ten minste een eindje: ze woonden een poosje rustig samen, Tine, Nonni en Eduard in Bastioni di Porta Garibaldi te Milaan. —

Het leven van Dekker zelf in die jaren was allertreurigst: armoe, armoe en nog eens armoe. Na de vlucht uit Amsterdam waren Dekker en

Sluiten