Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoeld, begrijpt men pas de lafenis, die eindelijk en eindelijk volgt. Er daagt een nieuwe dag; Tine en de kinderen zal hij terughebben: „Wat zal Edu blij zijn ! En Non ! Ze zullen een goed vadertje aan mij hebben. Ik zal met hen naar Scheveningen wandelen, en in 't Bosch, en ik zal hen veel genoegen doen. Daar vermei ik me al in! En jou vooral! Dag beste Tine, nu ga ik me kleeden en naar een koffiehuis wat couranten lezen. Van 't geld, dat ik van R. wacht, moet ik mijn horloge en Mimi's horloge en haar doek teruglossen. De nood was hoog, toen ik 27 November deze zaak begon. Maar nu zal 't spoedig uitzijn! Dag beste meid! Dag lieve kinderen."

XIII.

Maar het was niet uit. De onderhandelingen met Rochussen leidden tot niets. Het ministerie trad af en noch van pensioen, noch van eerherstel , noch van plaatsing hier te lande of in de Koloniën kwam iets. Dekker moest andermaal het vaderland verlaten. Waarom zou hij er nu blijven? — in het land, daar hij toch zoo aan gehecht was, want Douwes Dekker was tot in

Sluiten