Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook weer Dekker's gewone doen: helpen en geven zoo-maar-om-te-helpen, het doet er niet toe wie of wien. — Ik vel geen oordeel, ik deel mede; ik gevoel zelfs neiging, die behoefte, om de smarten der wereld te dragen, te prijzen; t is vreeselijk ellende te zien — maar ik weet, dat men ten gronde gaat, als men er teugelloos aan toegeeft en dus ellende veroorzaakt in eigen kring. Zoo trok hij zich bijzonder de zaak ,Jacob de Vletter" aan, die heel Rotterdam in opschudding bracht. Naar ik meen — neen, naar ik weet, want zoo iets mag men niet zeggen, als men het niet weet — heeft hij zelfs getracht de Vletter uit de gevangenis te doen ontsnappen, door het schrift van den officier van justitie na te maken. — En op een zekeren dag kwam vrouw de Vletter met 5 of 6 kinderen in den Haag bij Tine logeeren; Dekker zou wel voor alles zorgen. Maar ze hadden zelf geen eten. En Mimi had al het zilver al naar den lombard gebracht. Vrouw de Vletter moest

dus weer naar Rotterdam terug.

In den trein ontmoette Dekker een Pool, een zekeren Korolewsky, die op reis was naar Harderwijk. Dekker ried hem af naar Indiö te

10*

Sluiten