Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor zijn vader. Een kindergemoed kan zulk leed, als hij geleden had, niet verdragen. Tine had hare bittere smart niet kunnen verbergen; hij had haar geschrei des nachts gehoord, hare vroolijkheid zien verdwijnen, haar „zwijgen om zich te doen respecteeren" begrepen. — Eduard kon dit alles niet overzien en niet beoordeelen zooals wij, die dankbaarheid gevoelen voor den vader in weerwil van alles en vriendschap gevoelen voor den zoon.

Daar in Wiesbaden heeft Dekker veel erewerkt. Hij had eene kamer gehuurd in eene soort van toren , buiten de stad, en daar ging hij heen om te schrijven, want nu gevoelde hij zich schrijver. Gevoelde is misschien niet juist, maar hij was het in ieder geval. Daar ook leerde hij Vosmaer kennen, die zijn „Zaaier" in dien tijd schreef — en daar vernam hij den dood van Tine, waarmee ik dit hoofdstuk wil besluiten. —

Op een Zondag — den i3den September — zat hij te schrijven, toen Mimi met een telegram binnenkwam van Eduard uit Venetië: „Moeder dood zend geld!"

Hij was wanhopig van verdriet: „zijne kin-

Sluiten