is toegevoegd aan uw favorieten.

Eduard Douwes Dekker

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Natal, telkens hooren we hem er op terugkomen: in Menado, tijdens zijn verlof, telkens weer.

In Lebak zag Dekker zijne kans schoon! Vroeger schreef hij, „als het niet anders kan, zal ik des noods eene misdaad begaan" — hier was geene misdaad noodig. Integendeel. De schippergeest der gouvernementsambtenaren hinderde hem sinds lang: die geest moest gedood worden, als 't mogelijk was — en hij wou dat doen. Een moord toch, maar geene misdaad. Hij vreesde, dat de Resident, ook na de bewijzen gezien te hebben, zou trachten te schipperen , om maar de Regeering niet lastig te vallen en de rustige rust te bewaren. En hij meende dit te kunnen doen, omdat hij op den Gouverneur-Generaal Duymaer van Twist vertrouwde, dien hij persoonlijk kende en die hem zeer genegen was. Van het a.s. vertrek van den Gouverneur-Generaal was hij volkomen op de hoogte, ja, hij heeft zich daarom zoo gehaast. —

Dekker heeft in Duymaer van Twist geloofd en is bedrogen uitgekomen — in den ambtenaar van I wist was niets overgebleven, dat dezen zoo'n geloof bij anderen deed vermoeden.