Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— uit van Twist's brief zou men dit niet opmaken. — Dekker zegt: er is mée'r — wat? Die geschiedenis van die ƒ 50? — Dekker heeft het later beslist ontkend — èn het slot van den brief des heeren van Twist is heel zonderling. Wel stelde Dekker de zaken meestal voor met wat Tine noemde „dichterlijk kleursel" — maar liegen deed hij niet; Dekker was geen leugenaar.

Lag 't in Dekker's aard, zoo'n praatje te verzinnen als „ik heb mijne beurs verloren"? en als hij dien leugen had gedaan, zou hij dan later hem niet erkend hebben en er meteen eene verklaring bij hebben gegeven ?

In ieder geval heeft die ontmoeting plaats gehad na Januari '58 — want in dien brief komt geen enkel woord voor, dat in de verste verte maar het vermoeden wekt, dat ze elkaar vóór dien tijd hebben ontmoet, — en vóór het najaar van '58, toen Dekker naar Cassel ging. Waarschijnlijk heeft Dekker dus van Twist gesproken in den zomer van '58, vermoedelijk op aandringen van zijn broer Jan, die toen naar Europa is gekomen.

In '58 ook werd Rochussen, over wien van

Sluiten