Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het kleine Hollandsche leven en bekommerden zich om zeden en gewoonten en min of meer dogmatischen godsdienst, en in het een en ander was veel mufs.

Daar moest eens eene frissche bries dóórwaaien. Maar om dien wind te brengen, had Dekker geen tijd. Even houdt hij zich met Kruseman op, den Haarlemschen uitgever, die wel een „schrijver"in

Dekker ziet, maar dan zal hij moeten

worden als de schrijvers. Dekker heeft zelfs geen tijd, om het verder aan te hooren. Hij moet het leven leeren kennen, het onbezorgde, kommerlooze leven ik zou haast zeggen het studentenleven, het joviaal pierewaaiïge. Dat leert hij ook kennen.

Hij heeft plaatsen weer te zien, oude kennissen te bezoeken hij moet zien en voelen , hoe groot hij geworden is. Hij is assistent-resident van Amboina geweest, hij heeft oceanen doorkliefd, schipbreuk geleden , opstanden gedempt, bergen beklommen, gouverneurs getrotseerd, comedies geschreven, honger geleden , honderdduizenden beheerd, hij heeft over alles nagedacht en op heelveel een antwoord gevonden. Al wat zijn geest nog aan de conventie binden kon, is versleten of verbroken, andere luchten, werel-

Sluiten