Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nam , dat hij „niet rijk was" — en daar was wel iets van aan. De jongen had nooit iets dan ellende gekend van dat „opofferen" — en heeft dikwijls uit zijn mond moeten hooren • O als ik gewild had, was ik nu rijk en aanzienlijk'" _ en dat Dekker dit niet gewild heeft, moesteen knaap van zijne ervaring dwaas vinden. — En die knaap kon niet anders verstaan, dan dat zijne lieve moeder verstooten werd voor - eene andere. „Ze waren dol op hun moeder," schreef Dekker aan Vosmaer na Tine's dood. Dit was ook zoo - maar ze konden niet oordeelen zooals die moeder, ze kozen partij voor haar, tegen den vader. Dat kon niet anders. —

Het ligt volstrekt niet in mijne bedoeling den zoon in bescherming te nemen tegen Dekker, waar hij iets verkeerds doet, doch ik waag het op te merken, dat Dekker zijne kinderen veroorloofde te zijn, zooals ze wilden. In theorie ten minste. Want in de practijk eischte hij volkomen besef in zijne kinderen van den eerbied, aan iemand als Dekker, toevallig hun vader, verschuldigd; maar zij kenden alleen den vader. „Dek" noemden ze hem. En bevorderlijk voor de goede zeden, in de moeielijkste

Sluiten