is toegevoegd aan uw favorieten.

Eduard Douwes Dekker

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want uwe oogen zijn grijs, of uw neus te groot, of uwe taille is te dik, etc., dan heb ik veel kans dat zij mij een lomperd noemt, die niet weet te leven. Zoo ook in het zedelijke. Niemand maakt aanspraak op volmaaktheid, maar toch wil men er niet op gewezen worden, op welk punt die volmaaktheid hapert. — Deze gansche parenthese is om u aan te toonen dat het mijne eigenliefde veel minder kost te zeggen: ik heb vele gebreken , dan : ik heb dit of dat gebrek." — Zoo is het en zoo was het. Dekker erkende geen gebrek, als anderen hem er over onderhielden , dan op voorwaarde, dat men dat gebrek erkennen zou als de noodzakelijke „onechte zuster" van ééne zijner heerlijke deugden. —

En zoo wou hij, eigenlijk volkomen onbeperkt, heerscher zijn, om zijne heerlijke deugden aan te wenden ten bate der lijdende en tobbende menschheid, zonder wet, zonder verantwoordelijkheid, mits men van „de onechte zusters" niet repte. Wetten wilde hij niet en evenmin dus hervorming door wetten. In Holland niet en evenmin in Indië. Juist ging hij zooveel mogelijk was door zijne geschriften hervorming bij de wet te keer. De wetten waren best — als Meerkerk, MuUaiuli. ...