Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat veel. Zooals 't daar nu ligt is er iets heel eigenaardigs in, maar de schrijver moet het daarbij laten. Als-i voortging, als hij in dien stïjl — juister: in die voorbedachtelijk aangenomen manier, iets dat men als een pruik kan op- en afzetten zonder dat de ziel er iets mee te maken heeft — nu, als hij in die manier een boek schreef, zou men 't heel sfauw verinoeid uit de hand leggen. Toch blijft het stuk zelf een aardig kunstje. En dit is de veroordeeling. Want kunstjes is geen kunst."

Het aangehaalde is een vrij juist kort-begrip van Dekker's oordeel over de geruchtmakende literatuur te onzent na '80. —

II.

Dekker s afkeer van de Gedichten van enkele onzer letterkundigen na '80 hangt nauw samen met zijn tegenzin in verzen in het algemeen en in die van de groote Nederlandsche dichters der 17de eeuw in het bijzonder. Nergens blijkt, dat hij Vondel's gedichten heeft gekend, al noemt hij diens naam nog al eens. Van Hooft had hij beslist een afkeer, Brederode noemt hij eene

Sluiten