Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Vosmaer nu, de Minnebrieven beoordeelend, houdt Fancy voor „den persoonlijken vorm van weelderige fantasie". — De weelderige phantasie kunnen wij toegeven , ja ook „den persoonlijken vorm" — maar

Doch eerst een paar citaten. Den lezer wordt alweer beleefd verzocht, even de Minnebrieven ter hand te nemen en er vooral op te letten , hoe daar het-niet-antwoorden van den Minister van Koloniën, op Dekker's verzoek om herplaatsing in Indischen dienst, effect maken moet om het medelijden op te wekken. Maar in een brief aan Tine heet het 27 Juni '61: „Ik heb aan den Minister van Koloniën geschreven om plaatsing, maar ik wil niet. Hier ben ik meer. jfe zult zien .... Ik maak mij tot den eersten schrijver van Europa."

Maar Tine twijfelt — twijfelt ook aan zijne liefde. — Hij gaat voortdurend van haar weg: „sa présence me fait vivre," schrijft ze, „il est si noble et bon. Mais quand il partira, je souffrirai doubleinent." — Tine is jaloersch geworden, ze heeft verdriet, omdat zij niet meer zijn

Sluiten