Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze oude denkbeelden, de overblijfselen van vooroordeelen, zijn wij nog vijanden van onze eigen zaak: het merk van den ketting is nog zichtbaar aan onzen nek. Maar trachten wij de kinderen te verlossen van de treurige opvoeding die wij zeiven gehad hebben, laat ons leeren hen tot de meest volmaakte fysieke en moreele gezondheid te brengen; laat ons er menschen van maken zooals wij zelve het zouden wenschen te zijn ...

Laat ons het vaste besluit nemen om van hen vrije menschen te maken, wij die slechts de vage verwachting der vrijheid hebben."

Zoo heeft Reclus geleefd en gewerkt en steeds was zijn streven om geluk rondom zich te verspreiden. Een hart zoo groot als het zijne, kon het ongeluk van duizenden en millioenen rondom zich niet aanzien, zonder zelf daaronder gebukt te gaan. Hij voelde dat zijn geluk te veel was vastgegroeid aan dat van anderen dan dat hij zich te midden van zooveel lijden gelukkig zou hebben kunnen gevoelen.

In zijn ballingschap, toen hij woonde te Clarens, aan dat heerlijke meer van Genève, waar men zou zeggen dat alle voorwaarden gevonden werden om allen gelukkig te maken, heb ik voor het eerst kennis met hem gemaakt, Het was in 1866 en sinds bleven we steeds in vriendschap. Een paar malen bezocht hij mij en ik hem, toen hij te Sèvres woonde, waar hij zich gelukkiger voelde dan in Zwitserland, want de Zwitsersche vrijheid had hij niet erg in de rekening en de demokratie aldaar beviel hem niet sterk. *

Sluiten