Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

| „De vrijmaking der arbeiders zal het werk zijn der

i arbeiders zeiven," zoo luidt de beginselverklaring der Internationale. Dit woord is waar in de ruimste beteekenis. Als het waar is dat de mannen die om zoo te zeggen door de voorzienigheid gezonden zijn, beweerd hebben het geluk der volkeren te bewerken, het is niet minder waar dat alle menschelijke vooruitgang plaats heeft gehad door het initiatief der opstandelingen of der reeds vrije burgers. Het rust dus op ons zeiven om ons te bevrijden, ons die ons onderdrukt gevoelen op, welke wijze dan ook, en die solidair blijven met alle lijdenden en gemartelden in alle landen der wereld. Maar om te strijden moet men weten. Het is niet meer genoeg om zich woedend in den slag te werpen, zooals de Kimbren en Teutonen deden, loeiende achter hun schild of blazende op de hoorn van een auerochs; de tijd is gekomen om de verwikkelingen van den strijd te voorzien, te berekenen, wetenschappelijk de zegepraal voor te bereiden die ons den socialen vrede zal geven. De eerste voorwaarde van den triomf is om ontdaan te worden van onze onkunde; wij moeten alle vooroordeelen kennen die vernietigd moeten worden, alle elementen te verwijderen die vijandig zijn, alle beletselen te overwinnen en die aan de andere zijde niet onbekend zijn met de bronnen, waarover wij kunnen beschikken, geen der bondgenooten te verwaarloozen die de geschiedkundige evolutie ons geeft.

Wij willen weten. Wij willen niet dat de wetenschap een privilegie is en dat mannen, gezeten op een berg zooals Mozes, op een troon zooals de

Sluiten