Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijkdom heeft ontdekt: haar ideaal van „brood voor allen" is geen hersenschim meer. De aarde is groot genoeg om ons allen aan haar borst te hebben, zij is rijk genoeg om ons in welstand te doen leven. Zij kan genoeg oogsten opbrengen om allen te doen eten; zij kan genoeg planten voortbrengen om allen te kleeden; zij bevat genoeg steenen en klei om allen huizen te verschaffen. Dit is het ekonomisch feit in al zijn eenvoud. Niet alleen wat de aarde voortbrengt, zou voldoen voor het verbruik van hen die haar bewonen, maar zij zou nog voldoende zijn al verdubbelde ook plotseling het verbruik en dat zelfs ook al kwam de wetenschap niet tusschen beiden om den landbouwer uit zijn oude banen te halen en in zijn dienst te stellen alle bronnen, die ons verschaft worden door de schei- en natuurkunde, door de weer- en werktuigkunde. In het groote gezin der menschheid is de honger niet alleen het resultaat van een kollektieve misdaad, maar zij is ook een ongerijmdheid, omdat de voortbrengselen tweemalen de noodzakelijke behoeften overtreffen.

De geheele tegenwoordige kunst van verdeeling, overgelaten aan de individueele grillen en de doodelijke konkurrentie der spekulanten en handelaars, bestaat hierin om de prijzen in de hoogte te jagen, door de produkten te onthouden aan hen die ze voor niets zouden hebben en ze te brengen tot hen die ze duur betalen; maar bij dat heen- en weergaan van levensmiddelen en koopwaren worden de dingen verkwist, bedorven en gaan ze verloren. De arme haveloozen, die de groote magazijnen voorbijloopen, weten het. Er is geen gebrek aan jassen om hun den rug te dekken, geen gebrek aan schoenen om hun voeten

Sluiten